Lara Mennes (interview)
Het is de avond van de finissage Club ConTempo in Bozar, de afsluiter van de zomertentoonstellingen in Bozar, Hier ontmoet Nathalie Rega Lara Mennes. Vermoeid en net terug van een welverdiende reis staat ze me toch een spervuur aan vragen toe.
Waarom ben je na je studies Kunstgeschiedenis en Archeologie aan de VUB teruggekeerd naar de kunstpraktijk?
LM: Toen ik van fotografie naar kunstwetenschappen overging, was ik er zeker van dat ik na die vier jaar terug zou gaan naar de kunst. Het was een soort van vier jaar lang durende sessie, waar ik een bagage wilde opdoen. Toen ik stopte in Sint-Lukas wist ik: ‘na vier jaar wil ik hiermee verder.’
Zweer je bij analoge zwart-wit fotografie?
LM: Ja. Ik werk ook wel in kleur, maar dan met dia’s die ingescand en afgedrukt worden. Dia’s vind ik fantastisch om mee te werken. Ze geven een heel goede kwaliteit die nog altijd beter is dan die van digitale foto’s.
Wie zijn jouw grote voorbeelden?
LM: Dat is eigenlijk een heel moeilijke vraag. Ik heb niet echt één groot voorbeeld.
Hoe voelde het om de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst 2009 te winnen?
LM: In begin was het allemaal zo heel erg onverwacht en chaotisch. Ik was heel erg euforisch en blij, en moest toch altijd nog even in mijn arm knijpen om te weten of het wel echt was. Maar nu is dat allemaal wat gerelativeerd en ga ik er terug voor.
Vond je het niet opmerkelijk dat er geen enkel schilderij aanwezig was op de tentoonstelling van de Jonge Belgische Schilderkunst?
LM: Ja, dat is wel grappig, maar op zich niet zo erg aangezien het toch allemaal heel divers was. In het reglement staat dat de wedstrijd voor alle mogelijke vormen van uitdrukking open staat.

Lara Mennes 'Cité', S A Charbonnages de Winterslag, Reconversie, foto ® 2009 Lara Mennes
In Cité leg je als Antwerpenaar een beeldenreeks vast over het glorieuze verleden van de steenkoolmijnen in Limburg. Hoe kwam je er op om hierover een project te starten?
LM: Ik was toevallig in Genk en werd gefascineerd door het gestructureerde van de huizen in die tuinwijken. Plots val je in een dergelijk gestructureerd geheel, te midden van het Belgische landschap. Dat is eigenlijk de aanleiding geweest om ermee te beginnen.
Hoe heb jij je voorbereid op dit project?
LM: Ik heb er twee jaar lang aan gewerkt. Ik heb oude boeken over mijnen gelezen, over het verleden en erfgoed van de mijnen, … Ook ben ik in archieven op zoek gegaan naar oude documenten van de mijn van Winterslag. Daaruit komen de Franstalige teksten uit mijn werk. Daarnaast ben ik met de mensen zelf gaan praten. Maar heel dat onderzoek is eigenlijk iets dat gelijk loopt met het maken van foto’s. Die twee zaken vormen samen ‘een rollend geheel’.
In je werk over Winterslag toon je veel belangstelling voor het architecturale en het verleden dat er mee verbonden is. Vanwaar die grote interesse?
LM: Architectuur kan je zien als een raakvlak waar verschillende dingen samen komen. Je kunt er zowel sociale als politieke geschiedenissen in terugvinden. Heel grote geschiedenissen die tonen hoe steden zijn opgebouwd als een gevolg van politieke beslissingen, maar ook de kleine geschiedenissen van alledag, van de mensen die daar wonen en werken. Architectuur is iets waar je alles aan kan verbinden wat te maken heeft met het leven van de mens, zowel de kleine zaken als de hele grote verhalen.
Je wilt met Cité een verhaal vertellen over het verleden, maar zit er ook een bepaalde boodschap achter?
LM: De boodschap komt eigenlijk voort uit het gegeven van de steenkoolmijnen in Winterslag zelf. Ze is er niet omdat ik die erin steek. Ik voeg gewoon de dingen samen.
Is het eerder een nostalgisch beeld dat je wilt oproepen?
LM: Nee, het is niet objectief, maar ook niet nostalgisch. ‘Nostalgisch’ heeft voor mij een te negatieve bijklank. Het is meer een persoonlijke, poëtische visie.

LaraMennes 'Cité', Volkswoningbouw Point de vue, foto ® 2009 Lara Mennes
Naast de industriële architectuur breng je ook de woonwijken, die bedoeld waren om de mijnwerkers een aangename woonomgeving te bezorgen, onder de aandacht. Welke indruk hebben deze op jou nagelaten?
LM: Dat is iets heel bizar. Ik kan nog altijd de sfeer niet goed beschrijven die er in die woonwijken heerst. Je vindt er dat bizarre van dat geconstrueerde, van al die huizen die toch op elkaar lijken. En in sommige wijken dan ook weer niet. Maar je ziet dat het toch allemaal in één ruk gebouwd is geweest. En dan heb je de gemeenschap, die eigenlijk ook heel erg geconstrueerd is die daar is gaan wonen. Belgen, Italianen, Polen, Turken, ... alle nationaliteiten wonen er door elkaar en toch vormen ze ook weer één geheel. In feite heb ik een heel positieve indruk van die tuinwijken. Er zijn wel de aanpassingen aan de woningen, waar een deel van mijn werk over gaat. Maar de mensen wonen daar echt heel graag, omdat die sfeer van die gemeenschap en die samenhorigheid daar nog altijd leeft.
Ga je in de toekomst de architectuur en het verhaal erachter nog verder benutten als invalshoek in je fotografie?
LM: Ja, ik denk van wel.
Hoe waren de reacties op Cité?
LM: Die waren heel erg positief. Ook van de mensen van Genk zelf, zoals de man die als laatste directeur de mijnen gesloten heeft. Ook van mensen die daar totaal niets mee te maken hebben, kreeg ik reacties als: ‘He, tof dat je dat gedaan hebt’. Dus dat is wel fijn. Het is eigenlijk langs beide kanten dat de reacties positief zijn. Ik vind dat altijd belangrijk.
Wat zijn jouw verdere ambities?
LM: Zo lang mogelijk kunnen voortdoen en hopelijk een nieuw werk maken dat de mensen ook appreciëren.
Heb je al een nieuw project in het vooruitzicht?
LM: Er liggen een aantal dingen klaar, maar daar wil ik nog niets over zeggen.
Cité, ISBN: 978-90-8143-060-9
Nathalie Rega
